Implementeren van LOB

Op ’t Beeckland, de vmbo-locatie van het Ulenhofcollege, maakten we een aantal jaren geleden een begin met de omslag die nodig is om het Loopbaanleren (we noemden het toen nog LOB) in te bedden in de cultuur van de school.

Hoe het begon

Tijdens een “LOB-café” voor het hele personeel bedachten we wat er zoal aan LOB in de klas en op andere plekken in de school (denk aan de kantine of de mediatheek) of tijdens projecten gedaan werd. Toen bleek dat er al een aantal collega’s ‘onbewust bekwaam’ was, maar dat we schoolbreed nog geen op-LOB-gerichte-reflectie hadden opgenomen. Om iedereen ook ‘bewust bekwaam’ te laten worden, werden alle personeelsleden getraind in het voeren van Loopbaangesprekken door de Loopbaangroep.

Vervolgens ontstond een goede samenwerking van de projectgroep (bestaande uit de schoolleiding en het middenmanagement) met de LOB-ontwikkelgroep. Zij formuleerden voorstellen voor de invoering van de Loopbaangesprekken. Die voorstellen werden samen met de collega’s in een aantal sectorbijeenkomsten bediscussieerd. Omdat op ‘t Beeckland veel zorgleerlingen een plekje vinden, besloten we eerst te onderzoeken of we de mentor als spil konden handhaven.

Stappen in de pilot

We startten met een pilot waarin:

  • De gesprekken worden gevoerd door de mentor, die daarvoor voldoende gefaciliteerd wordt (een mentoruur en aantal taakuren per leerling) en een aantal weken per jaar een 40-minutenrooster waarin de gesprekken gepland worden. De mentor wordt bij grote klassen bijgestaan door een coach, het aantal leerlingen dat ieder begeleidt is ongeveer 15.
  • De gesprekken worden gevoerd samen met de ouders en komen in plaats van de 10-minutengesprekken. De leerling leert hoe hij ‘eigenaar’ kan worden van het gesprek door zelf aan te dragen waarover in ieder geval gesproken gaat worden.
  • Alle mentoren en coaches krijgen een syllabus ‘Begeleidingsgesprekken’ (we waren het met elkaar eens dat LOB niet los gezien kan worden van de rest van de begeleiding van een leerling: als een leerling een 4 heeft voor wiskunde en hij wil de techniek in zal dat cijfer zeker ook in een gesprek aan de orde moeten komen vandaar de naam begeleidingsgesprekken). De syllabus bevat een overzicht van de Loopbaancompetenties en een planning wanneer welke competentie aan de orde komt: in de onderbouw kwaliteiten en motieven en in de bovenbouw de andere competenties. Verder staan er handreikingen in zoals gespreksformulieren voor zowel ouders als leerlingen voor een startgesprek en per competentie voorbeelden van vragen die mentoren en coaches kunnen gebruiken.
  • In de onderbouw onderzoeken de leerlingen vragen als: “Wie ben ik en Wat kan ik”. Bij de vakken Omgangskunde (basis-en kaderberoepsgerichte leerweg) en T&T (gemengde leerweg en mavo), maken ze in thema’s kennis met verschillende arbeidsgebieden en krijgen ze levensechte opdrachten van instellingen en bedrijven. Loopbaanleren is een onderdeel van deze lessen en hierin is reflectie vanzelfsprekend.
  • In de bovenbouw volgen de leerlingen het beroepsgerichte intersectorale programma D&P (Dienstverlening en Producten), waarin veel ruimte is ingeruimd voor stage: in het 3e leerjaar een dagdeel in de week en in het 4e leerjaar een hele dag in de week. De leerlingen regelen zelf een stagebedrijf en in hun stage-opdrachten is reflecteren een vast onderdeel.

Op zoek naar een methode

Toen we op zoek gingen naar een dossier waarin de leerlingen de reflectie op al hun ervaringen konden vastleggen, vonden we bij Talenteon het digitale Loopbaandossier.

 "Het loopbaandossier van Talenteon is een mooi instrument dat met veel plezier door leerlingen, mentoren en coaches wordt gebruikt."

Geschreven door


Madelon Bontje